Aids krijgen

Hoe wordt het AIDS/HIV overgedragen?

Het virus bevindt zich in: bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht en moedermelk. Bij iemand die geïnfecteerd is met HIV bevatten bloed en sperma een hoge concentratie van het virus. In vaginaal vocht en voorvocht is deze concentratie beduidend lager, maar overdracht via deze lichaamsvochten is wel mogelijk. In andere lichaamsvochten kan het virus wel aanwezig zijn, maar in een veel te lage concentratie om een infectie te kunnen veroorzaken. Speeksel, zweet, traanvocht, urine en ontlasting zijn alleen gevaarlijk als er zichtbaar bloed in zit en er risico is dat dit rechtstreeks in de bloedbaan van de ander terecht kan komen. In de dagelijkse omgang met seropositieve mensen loopt je geen enkel risico. De kans op infectie bestaat bij onveilige behandelingen met bloed, sperma, vaginaal vocht en voorvocht. In de onderstaande informatie wordt uitgelegd om welke onveilige handelingen het gaat.

A. Onveilig seksueel contact
Iedereen die onveilig vrijt, loopt risico op een infectie met HIV of een andere seksueel overdraagbare aandoening. De kans op een HIV-infectie is groter bij seksuele contacten met mensen uit groepen waarbinnen AIDS veel voorkomt. Bijvoorbeeld mensen die drugs spuiten, mannen met wisselende homoseksuele contacten en mensen die afkomstig zijn uit gebieden waar AIDS veel voorkomt. Het probleem is dat niet aan iemand te zien is of hij of zij tot een van deze groepen behoort. En lang niet iedereen weet of hij of zij seropositief is. Ook dat is niet aan iemand te zien. Dit betekent dus: veilig vrijen, zolang je niet zeker weet of jij of je partner geïnfecteerd is.
Onveilige seksuele handelingen zijn:
   - Vaginale geslachtsgemeenschap zonder condoom (penis in vagina).
   - Anale seks zonder condoom (penis in anus).
   - Orale seks, waarbij sperma of (menstruatie)bloed in de mond komt.
   - Onderling gebruik van seksattributen, zoals een dildo zonder deze tussendoor
       schoon te maken.

De concentratie HIV in vaginaal vocht en voorvocht is laag en bovendien vermindert het speeksel de werking van het virus waardoor de kans op een infectie met HIV bij orale seks zonder klaarkomen in de mond en buiten de menstruatieperiode, verwaarloosbaar klein is.

B. Het inspuiten met eerder gebruikte naalden of spuiten bij druggebruik
Men raakt niet geïnfecteerd met HIV door drugs te gebruiken. Personen die drugs spuiten en elkaars naalden en spuiten gebruiken lopen wel risico, omdat in de naalden en spuiten bloedresten achtergebleven kunnen zijn. Ook het gebruiken van andermans spuitattributen (zoals lepel, glas, water en watjes) en het overhevelen van drugs van de ene naar de andere spuit geven risico op besmetting. Het HIV-virus en andere virussen die ziekten verwekken, kunnen zo in de bloedbaan terechtkomen.

C. Overdracht van een seropositieve moeder op het kind
HIV kan worden overgedragen van moeder op kind tijdens de zwangerschap of bevalling als de moeder seropositief is. Na de bevalling kan de moeder het virus overdragen via de borstvoeding. Behandeling met medicijnen van de moeder tijdens de zwangerschap en andere voorzorgsmaatregelen bij de bevalling (keizersnede, geen borstvoeding geven) kunnen de kans op overdracht verkleinen tot minder dan 5%.

D. Het gebruik van onveilige bloedproducten of bloedtransfusie met besmet
     bloed
De kans om AIDS te krijgen door een bloedtransfusie is in Nederland vrijwel uitgesloten. Sinds juli 1985 worden alle bloeddonaties door testen gecontroleerd op antistoffen tegen HIV. Besmet bloed dat deze antistoffen bevat wordt niet gebruikt. Hetzelfde geldt voor andere Europese landen en de Verenigde Staten. In ontwikkelingslanden wordt bet bloed niet altijd gecontroleerd.

Hoe wordt AIDS/HIV niet overgedragen?

Onterecht raken veel mensen ongerust en onzeker als ze met AIDS geconfronteerd worden, omdat er veel misverstanden zijn over AIDS en de besmetting met HIV. In de dagelijkse omgang met HIV-geïnfecteerden kun je niet besmet raken, dus:
   - niet door huidcontact (hand geven)
   - niet door (tong)zoenen
   - niet door toilet en gebruiksvoorwerpen
   - niet door adem, hoesten of niezen (dus geen besmetting door: speeksel, zweet,
       tranen, adem, urine, hoesten of niezen)
   - niet door eerste hulp te verlenen (bijv. mond-op-mond beademing)
   - niet door dieren (bijvoorbeeld insecten)
   - niet via etenswaren
   - niet via zwemwater en sauna's

[Home] [Aids / Hiv] [Ziekteverschijnselen] [Medicijnen] [Aids krijgen] [Aids voorkomen] [Aids in NL] [Wereld Aids Dag] [Aids buddy] [Aids test] [Interview] [Adressen]