| Met vallen en opstaan |
|
|
|
|
In 2002 kreeg ik het verzoek van een vriend, of ik misschien iets kon doen voor een collega op zijn werk die Hiv-geïnfecteerd bleek te zijn. Een alleraardigste man met meer aandacht voor de medemens dan voor zijn eigen welzijn. De HIV-infectie hakte er flink in bij hem, met als gevolg begeleiding door o.a. een psychiater. Ook het werken ging voor hem steeds moeilijker. Met medewerking van een aids-consulent van het ziekenhuis , werd bij zijn werkgever en collega’s d.m.v. voorlichting over HIV en AIDS , begrip gekweekt voor zijn situatie. Maar fulltime werken kon hij niet meer, het kostte hem te veel energie. Als buddy probeerde ik een aanvulling te zijn binnen zijn hulpcircuit, dat inmiddels op volle toeren draaide: psychiatrie,maatschappelijk werk,ziekenhuis , GGD en sociale dienst. Mijn maatje was depressief en suïcidaal, vaak moe van het (nog maar parttime) werk en ook ziek van de medicijnen. Ik luisterde met aandacht naar zijn verhalen, hoe het allemaal zo gekomen was, hoe hij maar niet uit het rouwproces kwam over zijn overleden moeder, hoe hij worstelde om maar niet kopje onder te gaan. Alles zat hem tegen en hij geloofde niet meer in het leven. Ik sprak hem moed in, nam hem mee naar buiten, urenlang wandelen door de bossen, over de heide. Samen zou ik met hem door deze moeilijke tijd gaan. Ik zag hem genieten van de natuur, dan voelde hij zich even bevrijd en lekker. Als we moe gewandeld waren, gingen we languit liggen op de bladeren of op het gras en staarden door de bomen naar de blauwe lucht en mijmerden onze gedachten en gevoelens. Dat schiep vertrouwen en een band. Zijn werk hield hij echter niet meer vol; uiteindelijk belandde hij in de WAO. Geen vetpot dus, temeer omdat hij ook nog de nodige schulden had. Samen maakten wij een saneringsplan om zijn schulden af te lossen waarbij toch nog ruimte bleef voor leuke dingen in zijn leven. Langzaam maar zeker kroop hij uit het depressieve dal en begon het leven weer positief te zien. En ik had het gevoel dat ik goed bezig was. Hij begon weer plannen te maken voor de toekomst, ondanks alle vervelende klachten die hij had door zijn HIV-besmetting en het medicijngebruik. Wij trokken er samen steeds vaker op uit, bezochten Mondo Verde, de zandsculpturen langs de Maas , of gingen gewoon een dagje shoppen en terrassen. Soms kreeg hij een terugval in zijn stemming of een echte domper, zoals die epileptische aanval tijdens een wandeling over de heide. Nummer 112 bood toen snelle hulp. Na een jaar begon ik het contact met mijn maatje langzaam af te bouwen. Hij moest niet afhankelijk van mij worden en ook voelen en merken dat hij alles op eigen kracht en alleen kon doen. Ik bezocht hem niet meer elke week. Hij had inmiddels ook betere medicijnen gekregen met minder bijwerkingen en hij voelde zich daardoor ook veel beter . Mijn maatje begon zich zelfs weer te bekommeren om andere mensen, iets wat hij altijd graag wilde , en zat vol plannen. Ik merkte dat het tijd werd om hem los te laten. Na 1½ jaar lachte het leven mijn maatje weer toe. Ik heb nog steeds, 2-3 keer per jaar, contact met hem. Het gaat heel goed met hem. HIV is een deel van zijn leven ,maar het beheerst hem niet meer. |
| Laatst aangepast op zaterdag, 27 juni 2009 14:05 |



